We schrijven 1980…
Bij een controle van de ‘Draak’ op het Belfort constateert Herman De Ridder, stadsingenieur dat het beest op instorten staat. Het ijzeren frame dat de koperen platen van de ‘Draak’ bijeenhoudt is aan het oproesten. Bijna een volle kruiwagen roest wordt er uitgehaald.
Herstellen is dus dringend en noodzakelijk.

Het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw was de bloeiperiode van de café-chantants. In 1900 telde men er reeds 28 en het aantal klom nadien op tot 75.
Het eerste echte café-chantant was de ‘Sodaliteit’ dat in 1852 op de Korte Meer werd geopend. Natuurlijk werd er toen reeds in andere herbergen gezongen en muziek gespeeld, maar meestal zonder vergunning.
Enkele andere bekende namen van latere café-chantants waren :’ Het Gouden Mandeke’ op de Oude Duivenmarkt (nadien Hondenmarkt) van Jan de Klakke; ‘Den Duits’ aan de Sint-Jacobskerk; ‘Rotterdam’ op de Korenmarkt en de ‘Stad Antwerpen’ in de Sint-Lievensstraat.
Lodewijk-Lievevrouw, de Gentse folklorist die onder andere een Gents woordenboek schreef en van wie ik binnenkort enkele uittreksels van ‘Spelen mijnen jeugd’ zal publiceren, omschreef een café-chantant als ‘een herberg waar den zondagavond (of zondagmorgen) en den maandagavond gezongen wordt’. De zangers begeleidden zichzelf op gitaar, viool, de recent uitgevonden accordeon (1822) en slagwerk. Soms zelfs met een combinatie van allerlei instrumenten die ze op wonderlijke wijze lieten samenspelen tot een belletjeshoed toe.
Ook aan artiestennamen ontbrak het toen al niet. Jan Pataat, Pier den Dulle, Jan de Knots, Cyriel den muilentrekker en Bob de eenarme waren toen de sterren.

De auteur over haar boek :
Enkele jaren geleden kwam ik in contact met Raf Balthazar, die zijn eigen pre-press bedrijf naast de Gentse Sint-Jozefkerk runt.
Ik moest er in het kader van een werkopdracht een interview afnemen.
Het klikte meteen, en van het een kwam het ander.
Hij vertelde me over zijn vader, die de in Gent befaamde Sitting Bulls schreef in opdracht van de drukkerij Snoeck waar hij als letterzetter werkte.
De man was heel begaafd en schreef ook zijn memoires.
Op 1 september 2001 nam Geert Van Damme een aantal mensen mee op een wandeling door Gent. De wandeling was georganiseerd door de Geschiedkundige Heruitgeverij, ter gelegenheid van de heruitgave van de liederenbundel van Karel Waeri. Geert Van Damme doorspekte de wandeling met tekstfragmenten uit verschillende van Waeri’s liederen. Onderstaande is mijn persoonlijk relaas van die tocht.

Tot in de 18e eeuw werden gevangenen bijna nooit voor lange tijd opgesloten in een gevangenis.
Er was wel de voorlopige opsluiting in afwachting van een vonnis - de beruchte Suikerlade boven het poortgebouw van het Gravensteen en de kerkers.
In de 18e eeuw, meer bepaald in de late jaren 1770, werd onder het burgemeesterschap (voorschepen noemde dat toen in Gent) van Vilain XIIII een moderne penitentiaire inrichting opgericht aan de Coupure. De veelvuldige acties van Vilain XIIII om tot een nieuwe aanpak te komen van de armenzorg leidden alzo tot de oprichting van het eerste tuchthuis in de Zuidelijke Nederlanden.
Romain Deconinck vóór de Minard
Een babbel met mijn vader, mijn tante en mezelf…

(artikel met FOTO'S op Omtrent Romain )
bron foto :Site Guido en Gerda